Cicero liep op Betuwse grond.
Sprak met hese mond:
Ik weet
Dat ik niets weet,
Maar vertel het alsjeblieft niet rond
Ik spreek van vriendschap
En van deugd
En van een nooit voorbijgaande jeugd
Waarin ik stenen leg en kabels trek,
Want voor liefde gaat mij niets te ver.
Mijn kracht ligt stil
In de dingen die ik wil,
de bron van wat ik voortbreng.
Op mijn wijsheid en de uwe
Ben ik streng.
De ware vriendschap
legt de ruimte om mij heen.
Waarin ik kan zoeken wat in de mist
Der vergeten tijden
Werd gemist.
Met kathedrale klanken
En de zoete rook van mijn bewustzijn.

0 comments:
Post a Comment